Vijftien jaar bouwen aan een familiebedrijf
Na een MBA in Tilburg en jaren bij multinationals als Philip Morris en Vanderlande Industries wist Elke Coolen één ding zeker: ze wilde ondernemen. Op haar dertigste stapte ze in het familiebedrijf dat haar moeder had opgericht: DeeDee, gespecialiseerd in complexe, flexibele verpakkingen, van de stazak van HAK tot beschermende verpakkingen voor chemicaliën. Samen met haar zus Inge ging ze het bedrijf opschalen.
‘Inge en ik vulden elkaar perfect aan. Ik heb heel veel ideeën geopperd waarvan zij zei: El, dat gaan we even niet doen. We hebben eindeloze gesprekken gehad over strategie en beslissingen. Het hebben van een sparringpartner, en in mijn geval de beste zakenpartner die er is, heeft echt heel veel fouten voorkomen.’
In vijftien jaar verdubbelden ze de omzet drie à vier keer. Tot ze merkten dat de dingen op elkaar begonnen te lijken. ‘Ik ben niet het type mens dat wil werken in een organisatie waarvan ik niet meer weet hoe de partners van de medewerkers heten en waar ze op vakantie gaan.’ Toen hun beste concurrent voor de zoveelste keer vroeg of ze om tafel wilden, zeiden ze ja.
Het groeiplafond van vijf miljoen
Voordat het zover was, zat er een cruciaal hoofdstuk in hun groei-reis. Coolen en haar zus hadden DeeDee laten groeien van een kleine twee miljoen naar richting de vijf miljoen euro omzet. Maar ze kwamen niet door die drempel heen.
Via een inspiratiedag van nlgroeit (waar Coolen voor het eerst een netwerkorganisatie meemaakte waar niemand iets aan haar wilde verkopen) vroegen ze een mentor aan. Dat werd Elske Doets. Haar diagnose was helder: de overdracht van het familiebedrijf was niet afgerond. Er liepen nog te veel lijntjes naar hun ouders om autonoom te kunnen ondernemen.
‘We moesten een aantal niet-makkelijke keuzes maken om los te komen van hoe het bedrijf was. Pas toen de visie en de strategie écht van ons werden, konden we weer doorgroeien.’
Het is een les die Coolen nu regelmatig terugziet bij andere ondernemers en niet alleen bij familiebedrijven. Vaak zijn er mensen in de organisatie waar al lang afscheid van genomen had moeten worden of lijntjes die de ondernemer tegenhouden. ‘De oplossing zit 9 van de 10 keer in de ondernemer zelf. Ze kennen hun bedrijf het best. Maar soms heb je iemand nodig die de juiste vraag stelt.’
Het snijvlak tussen menselijkheid en ondernemerschap
Bij de professionalisering van DeeDee moesten Coolen en haar zus een aantal pijnlijke stappen zetten; van mensen afscheid nemen en de hele organisatiestructuur omgooien. Medewerkers die tot dan toe ‘in hun kruiwagen hadden geladen wat ze leuk vonden’ een afgebakende functie geven met een andere plek, een ander bureau en een andere buurman.
‘Dat is het snijvlak waar je als groeiende ondernemer altijd op terechtkomt: menselijkheid versus ondernemerschap. Je wilt mensen goed behandelen, maar het bedrijf moet ook verder. Dat hebben we moeten leren.’
Het is een patroon dat ze nu als mentor direct herkent. Groeiende bedrijven gaan van de ene fase naar de andere, vaak ondoorzichtig, totdat je ergens tegenaan loopt. ‘Dat is het moment om een stap terug te doen om je visie en strategie te herijken. Ik begin dan altijd bij de persoonlijke waarden en wensen van de ondernemer zelf, want als leider moet je verbinding blijven houden met je bedrijf.’