De aanvaller en de middenachter
Een van de patronen die Werkhoven nu als mentor het snelst herkent bij groeiende bedrijven: de ondernemer die alles zelf doet en niemand heeft die de achterkant organiseert.
‘In voetbaltermen zijn ondernemers de aanvallers: ze willen vooruit en doelpunten maken. Maar je hebt ook een middenachter nodig die de verdediging organiseert. De ondernemer doet de goede dingen; de manager doet de dingen goed.’
Bij grote bedrijven is dat de CEO naast de COO. In het klein heb je dat net zo hard nodig. Toch missen veel MKB-ondernemers die tweede kracht. Werkhoven ziet het direct als hij de rapportages van een bedrijf bekijkt: ‘Als dingen intern niet soepel lopen, is de vraag altijd: wie organiseert de binnenkant?’
Zijn advies begint vaak eenvoudig: een van de eerste staffuncties die je nodig hebt is iemand op administratie. Niet per se fulltime — drie, vier ochtenden per week kan al genoeg zijn. ‘Op het moment dat je dat regelt, beginnen dingen de goede kant op te rollen.’
Cijfers als kompas en de relatie met je bank
Een tweede blinde vlek die Werkhoven keer op keer tegenkomt: ondernemers die hun eigen cijfers niet kennen. ‘Ik kom bedrijven tegen die pas in oktober hun jaarcijfers van het voorgaande jaar krijgen. Dat is echt vreselijk.’
Zijn vuistregel: vertel je accountant al in november of december dat je de jaarcijfers in het eerste kwartaal wilt hebben. ‘April is BTW-maand voor de accountants, met veel extra werk voor de belastingaangiften, dus dit wil je voor zijn.’ Maar het gaat niet alleen om jaarcijfers. Ondernemers hebben een doorlopend dashboard nodig dat laat zien hoe het staat met omzet, winst en kosten.
Werkhoven paste dit zelf toe in de relatie met zijn bank. ‘Wij vroegen de bank om de beoordelingsmatrix waarmee zij naar bedrijven kijken. Die matrix gingen wij intern ook gebruiken. Als de bank zegt dat een bepaalde ratio 3,2 moet zijn, dan gaan wij dat bereiken. Dat komt ook ten goede aan de soliditeit van het bedrijf.’
Waarom groeien geen keuze is
Op de vraag ‘waarom moet je eigenlijk groeien?’ heeft Gerard een helder antwoord: ‘Op het moment dat je mensen in dienst neemt, is er geen weg meer terug. Je salarissen stijgen elk jaar, je huur stijgt; al je kosten stijgen. Als je omzet gelijk blijft, droogt je winst langzaam op. Er is geen stop mogelijk: je móet door.’
Dat maakt ondernemen verwant aan topsport. Gerard trekt de vergelijking met schaatsers die jarenlang trainen voor een relay, om vervolgens in één moment alles te verliezen. ‘Op het ene moment denk je: nu heb ik het helemaal. Op het volgende moment gebeurt er iets, soms buiten je schuld, en dan moet je weer door.’
Hij haalt Churchill aan, die ooit zei dat ondernemers een bijzonder slag mensen zijn: ze gaan elke dag van de ene ramp naar de andere, en doen dat met heel veel enthousiasme. ‘En dat klopt. Dat is precies wat het is.’