ZZP'er of vast contract: wat kost het je echt?
Han Mesters
Maarten van de Vijver
Als klein groeiend bedrijf is het een overweging die je vast al gemaakt hebt. Neem je iemand bij je in dienst, of maak je de keuze voor meer flexibiliteit en ga je voor een ZZP’er? Het klinkt als een praktische keuze, maar er zit meer aan vast dan het uurtarief. In dit artikel zetten we het voor je op een rij.
In het kort:
- Een ZZP'er op twee dagen per week kost ruwweg hetzelfde als een fulltime medewerker in dienst - de vergelijking is ongunstiger dan veel ondernemers verwachten
- Langdurige afhankelijkheid van één ZZP'er creëert een verborgen risico: alle kennis zit buiten je organisatie, maar de werkstijl van een ZZP'er kan weer beter bij jouw behoeftes passen
- Drie vragen bepalen de keuze: hoe structureel is de behoefte, hoe specialistisch de kennis, en wat is je financiële buffer?

Wat een ZZP'er kost
Het begint bij het uurtarief. Gemiddeld ligt dat in 2026 op € 83 per uur, maar dit verschilt sterk per sector en type rol. Bij twee dagen per week (reken op 48 werkweken) kom je uit op ruim € 60.000 per jaar. Bij vier dagen gaat dit richting de € 130.000.
Daarboven komen kosten die je minder snel ziet. Tarieven stijgen gemiddeld 5 tot 8% per jaar. Een ZZP'er is niet altijd beschikbaar door vakanties of andere klanten. En kennis die iemand opbouwt over jouw processen, klanten en werkwijze: die raak je ook kwijt als de samenwerking stopt.
Het grootste risico is subtieler. Wie twee jaar lang met dezelfde ZZP'er werkt, heeft feitelijk een vaste medewerker gecreëerd. Maar dan zonder dat de kennis in de organisatie verankerd is. Als die persoon stopt of zijn tarief verdubbelt, sta jij met een probleem, plus met de nieuwe wet m.b.t. schijnzelfstandigheid loop je extra risico (maar hierover later meer).
Wat een vaste medewerker kost
De kosten voor een medewerker in dienst beginnen bij het brutosalaris. Als werkgever reken je op 1,3 tot 1,4 keer dat bedrag door premies, pensioenbijdrage en verzekeringen. Op een modaal salaris van € 40.000 bruto kom je dan uit op zo'n € 56.000 per jaar.
Daarboven komen minder zichtbare kosten: onboarding (reken op één à twee maanden voordat iemand volledig productief is), loondoorbetaling bij ziekte over twee jaar en salarisadministratie. Het eerste jaar is zwaarder dan de jaren daarna. Maar de kosten zijn voorspelbaar - en dat telt.
De rekensom
Bij twee dagen ZZP betaal je € 60.000 per jaar. Een part-time medewerker op 0,4 FTE kost je, ook op modaal, al snel rond de € 24.000 inclusief werkgeverslasten. Dat is een verschil van meer dan € 36.000 per jaar voor dezelfde beschikbare tijd.
De vergelijking kantelt pas als je de flexibiliteit serieus meeweegt, of als het gaat om specialistische kennis die je niet structureel nodig hebt.
Schijnzelfstandigheid verandert de markt
De overheid handhaaft steeds strenger op schijnzelfstandigheid: situaties waarin een ZZP'er zich als zelfstandige presenteert, maar in de praktijk als werknemer functioneert. Er zijn meer criteria, maar grofweg kun je zeggen: werkt iemand langdurig voor één opdrachtgever en is hij economisch vrijwel volledig afhankelijk van diezelfde opdrachtgever? Dan is er een risico op kwalificatie als dienstverband.
Dat heeft een praktisch gevolg: de poule beschikbare ZZP'ers wordt kleiner. Het flexibiliteitsargument voor ZZP is minder vanzelfsprekend dan een paar jaar geleden.
Meer informatie over schijnzelfstandigheid vind je op de website van de belastingdienst.
Flexibiliteit versus opgebouwde kennis
Buiten het kostenplaatje is het een afweging tussen voornamelijk twee dingen. Een ZZP'er geeft je een flexibele schil, makkelijker te beëindigen, geen langdurige verplichtingen. Maar je bouwt intern geen expertise op. Huur je iemand in voor het bouwen of beheren van processen, dan vertrekt die kennis mee als het contract stopt.
Iemand in dienst groeit mee. Die bouwt kennis op die ingezet kan worden om processen te verbeteren en anderen op te leiden. Dat heeft waarde die zich niet direct in een rekensom laat uitdrukken.
Wel moet je onthouden dat ZZP'ers vaak anders werken. Ze zijn tenslotte zo goed als hun laatste klus. Waardoor ze vaak minder ziek zijn, maar ook zorgen dat deadlines behaald worden en hun output goed blijft. Soms kan het ook goed zijn om juist een extern iemand in te huren, omdat deze minder last heeft van interne politiek en met een frisse blik naar dingen kan kijken.
Drie vragen die de keuze bepalen
- Hoe structureel is de behoefte? Bij doorlopend werk zonder einddatum is vast bijna altijd goedkoper en logischer.
- Hoe specialistisch is de kennis? Als je iets inhuurt wat je intern wilt borgen, is een arbeidscontract de aangewezen weg.
- Wat is je financiële buffer? Vaste personeelskosten zijn minder flexibel. Wie te weinig buffer heeft voor een tegenvallend kwartaal, neemt een risico bij structurele vaste lasten.
Wie eerlijk antwoord geeft op die drie vragen, weet meestal al welke kant het op moet.
Klaar om de volgende stap te zetten in je groei? We helpen je op weg met ons handige groeiplan.





